D66 wil scheefwonen in Breda in kaart brengen en roept college op tot actie
In dit artikel:
D66 Breda heeft het college schriftelijke vragen gesteld over het fenomeen 'scheefwonen' in de stad: sociale huurders die naast hun huurwoning ook een of meerdere koopwoningen bezitten. Aanleiding is recent onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) waaruit landelijk zo’n 12.000 vergelijkbare gevallen blijken; D66 wil nu weten hoe vaak dit in Breda voorkomt, temeer omdat veel inwoners wachten op betaalbare huisvesting.
De partij wijst erop dat sociale huur bedoeld is voor mensen die er écht op aangewezen zijn en vindt het onacceptabel wanneer die woningen bezet blijven door huishoudens met eigen koopvermogen. D66 vraagt het college onder meer om cijfers over het aantal gevallen in Breda, of er de afgelopen jaren meldingen zijn geweest en welke stappen daarop zijn ondernomen, en of bij toewijzingen actief wordt gecontroleerd op bezit van koopwoningen.
Het CPB-onderzoek nuanceert: in circa 2.000 gevallen spelen persoonlijke omstandigheden (zoals scheiding of erfenis) mee, wat niet per se in strijd is met doelstellingen van corporaties. Bij ongeveer 10.000 huurders echter lijkt het bezit van koopwoningen wel duidelijk haaks te staan op het doel van sociale huur en leidt dat volgens het CPB tot een belemmering voor doorstroming en eerlijke verdeling.
D66 dringt erop aan dat gemeente en woningcorporaties samenwerken aan betere informatie-uitwisseling, controles en handhaving zodat woningen vrijkomen voor mensen die ze echt nodig hebben. De concrete vervolgstappen zullen afhangen van de beantwoording door het college en eventuele beleidsaanpassingen in overleg met de corporaties.